Bestandsbeheer

In deel 1: Schijfbeheer is aangegeven hoe je extra partities aanmaakt met het doel om data (programma- en/of gegevensbestanden zoals foto’s en documenten) gescheiden van het besturingssysteem Windows op te kunnen slaan. In dit deel leg ik uit hoe je het meest optimaal de bestandsstructuur inricht. Het op een goede en herkenbare manier inrichten van deze bestandsstructuur is van groot belang om data te kunnen groeperen, vooral om bestanden terug te kunnen vinden.

Mappen

In het onderwerp Windows Verkenner is uitgelegd wat dit is, waaruit het is opgebouwd en hoe je er mee kunt werken. Windows Verkenner richt zich volledig op het beheer van bestanden. Het geeft o.a. de mogelijkheid om structuur aan te brengen waar en op welke manier bestanden worden gegroepeerd. Zo is het logisch dat alle bestanden die afbeeldingen bevatten (dus ook foto’s) gegroepeerd worden onder de map Afbeeldingen. Hierin kun je zo creatief zijn als je zelf wilt.

Voorbeeld: zelf verzamel ik in bescheiden mate postzegels van Nederland. Om dit bij te kunnen houden heb ik een gegevensprogramma (database) gemaakt waarin ik de informatie van elke afzonderlijke postzegel opsla, inclusief afbeelding. Deze bronafbeeldingen staan los op de harde schijf, gegroepeerd in categorieën / mappen (zie afbeelding). Bovendien heb ik elke afbeelding een naam gegeven die correspondeert met de postzegelcatalogus. (voorbeeld Luchtpostzegels (LP)) Op deze manier is het mogelijk om snel een specifieke afbeelding te kunnen vinden.

Dit kun je op dezelfde manier doen met bijvoorbeeld Foto’s. Deze zou je kunnen indelen op basis van Familie, Vakantie, Hobby, enzovoorts.

Kortom, je brengt structuur aan door gelijksoortige bestanden op een logische en herkenbare manier bij elkaar te plaatsen en deze te groeperen in mappen op basis van onderwerp, gebeurtenis, thema, tijdstip, belangrijkheid, enzovoorts.

Opslaglocatie

Programma’s en data (afbeeldingen, documenten, e.d.) bestaan uit afzonderlijke bestanden. Zo is elke foto een bestand. De afbeelding van de Luchtpostzegels hierboven bevat 22 afzonderlijke afbeeldingen = 22 bestanden.

Bestanden worden ergens fysiek opgeslagen. Dat kan zijn op de harde schijf (HD)/SSD, een USB-stick of SD-kaart, maar ook kunnen deze (online) op internet worden opgeslagen (opslaan in de Cloud). Elk bestand is dus ergens opgeslagen. Dit ‘ergens‘ noemen we de opslaglocatie.

Sommige bestanden, voornamelijk foto’s en persoonlijke documenten, wil je absoluut niet kwijtraken. Om die reden maken we een back-up van deze bestanden, feitelijk kopieën en het liefst op meerdere opslaglocaties (zie ook het onderwerp back-up maken). Bedenk hierbij wat er zou kunnen gebeuren en hoe je deze belangrijke bestanden kunt veiligstellen. Stel je voor dat je voor het gevoel alles hebt gedaan om die digitale foto’s veilig te stellen. Er zijn kopieën gemaakt op een externe harde schijf en nog een extra kopie op een losse USB-stick. Ogenschijnlijk goed geregeld dus, maar wat als het huis afbrand, dan zijn ook deze externe opslaglocaties weg. Daarom is het aan te raden om naast deze externe opslaglocaties ook kopieën te maken op een (meerdere) online (Cloud) opslaglocatie(s).

Afgezien van deze aspecten is er nóg een element om rekening mee te houden: de standaard-opslaglocatie.

Met het installeren van Windows wordt automatisch de standaard-opslaglocatie ingesteld op de C: schijf onder de map gebruikers. Dit moet je niet willen, omdat in geval van een systeemcrash Windows (meestal) opnieuw geïnstalleerd moet worden en daarmee alle bestanden van de C: schijf overschrijft, dus ook grote kans dat de persoonlijke mappen Afbeeldingen, Documenten, e.d. worden overschreven. Daarom stellen we in dat de gebruikersbestanden standaard op een andere partitie worden opgeslagen en daarmee veilig zijn in geval van een systeemcrash.

Standaard-opslaglocatie wijzigen

Voorwaarde is dat tenminste één extra partitie is aangemaakt (zie Deel 1: Schijfbeheer) of dat een 2e interne HD/SSD aanwezig is.

De werkwijze:

Normaliter is standaard de situatie zoals deze op onderstaande afbeelding wordt getoond: de Bibliotheek (bovenste gearceerde deel, de gebruikersmappen onder Deze pc) is zichtbaar in Verkenner en is gekoppeld aan de standaard-opslaglocatie op de C: schijf onder de map gebruikers (onderste gearceerde deel).

De inhoud van deze mappen willen we verplaatsen naar de D: partitie en nieuwe bestanden automatisch laten opslaan op D:. Om dit te doen, moet Windows worden ‘verteld’ waar de nieuwe opslaglocatie zich bevindt. Daarvoor maken we eerst nieuwe mappen aan op D:, die (bij voorkeur) dezelfde naam hebben als de mappen in de huidige bibliotheek.

Nadat de mappen zijn aangemaakt op de D: partitie (zie afbeelding), gaan we de standaard-opslaglocatie van de gebruikersmappen in de bibliotheek wijzigen naar de net aangemaakte mappen op D:. Klik daarvoor met rechts op een map in de bibliotheek en kies voor Eigenschappen. Kies vervolgens in het nu getoonde venster het tabblad Locatie. Zie dat deze nog de huidige locatie weergeeft. Klik op Verplaatsen.

Onderstaande afbeeldingen geven aan wat er achtereenvolgens moet gebeuren. Navigeer naar de locatie van de nieuw aangemaakte mappen op de D: partitie, selecteer de corresponderende map en kies voor Map Selecteren. In het volgende venster zie je dat de opslaglocatie is gewijzigd naar de nieuwe locatie op de D: partitie en bevestig dit door te klikken op de knop Toepassen. Er volgt nog een mededeling. Deze kan met Ja worden bevestigd.

Tenslotte, met het wijzigen / toewijzen van de nieuwe opslaglocatie aan de map uit de Bibliotheek wordt ook het bijbehorende icoontje van de map getoond op de nieuwe locatie. Herhaal deze stappen voor elke gewenste map uit de Bibliotheek.

Verder naar Deel 3: Cloudopslag